Ontwormen of mestonderzoek bij je paard?

Wormen, resistentie en mestonderzoek: waarom ontwormen niet altijd de oplossing is

 

Wormen en paarden, het is een combinatie die we liever niet zien, maar waar we niet omheen kunnen. Vroeger werd er te pas en te onpas ontwormd, alsof dat de heilige graal was om wormbesmettingen te voorkomen. 

‘Mijn paard is resistent’

 

We hebben met zijn allen héél lang routinematig (en dus blind) ontwormd. En nog steeds gebeurt dit op veel plekken. Maar wat blijkt?

Die aanpak heeft ervoor gezorgd dat wormen resistentie ontwikkelen tegen de ontwormingsmiddelen.

En nee, dat betekent níet dat jouw paard ‘resistent’ is tegen wormen, maar dat de wormen zelf resistent worden tegen de middelen. Dit is een belangrijk verschil, want veel paardeneigenaren denken nog steeds dat een paard ‘resistent’ kan zijn.

Helaas, was het maar zo simpel!

mestonderzoek bij paarden

Foto credits: Pixabay

 

Waarom resistentie een probleem is

 

Resistentie bij wormen betekent dat de middelen die we jarenlang hebben gebruikt, steeds minder effectief worden. Dus wat denk je dat dit voor gevolgen heeft?

JUIST: we kunnen straks onze paarden NIET meer met deze middelen ontwormen.

Wat betekent dat je je paard dus niet meer kan helpen bij een wormbesmetting…..

 

Laat dit even bezinken.

Als je zomaar ontwormt zonder eerst te testen of het nodig is, werk je deze resistentie alleen maar in de hand. De wormen die wél gevoelig zijn voor het middel, gaan dood. De wormen die resistent zijn, overleven en planten zich vrolijk voort.

Gevolg?

Op een gegeven moment heb je een wormpopulatie waar geen enkel middel meer tegen helpt.

En het probleem is: er komen niet zomaar nieuwe ontwormingsmiddelen op de markt – dat kan tientallen jaren duren.

Dus waar doen we goed aan? Slimmer omgaan met ontwormen! NIET blind en iedere zoveel weken, maar gebaseerd op mestonderzoek.

 

Mestonderzoek: de sleutel tot een effectieve aanpak

 

In plaats van standaard te ontwormen, is het veel verstandiger om mestonderzoek te doen. Mestonderzoek geeft inzicht in de wormbesmetting van je paard.

De meest gebruikte methode is de McMaster-methode, waarbij eitjes per gram mest (EPG) worden geteld.

Wormen scheiden namelijk eitjes uit, die met de mest mee naar buiten komen, zodat deze in het gras kunnen liggen en worden opgegeten door andere paarden, waardoor het ‘wormen-volk’ zich meer en meer kan voortplanten.

 

mestonderzoek bij paarden

Foto credits: eigen archief

Wel of geen wormenkuur?

 

De uitslag van het mestonderzoek geeft aan of je paard een lage, middelhoge of hoge uitscheider is:

Lage ei-uitscheider (<200 EPG): niet nodig om te ontwormen.

Middelhoge ei-uitscheider (200-500 EPG): bekijk je (weide)management, voer verbeteringen door en test de mest over een paar weken nog eens.

Hoge ei-uitscheider (>500 EPG): overleg met je dierenarts voor een gepast ontwormingsplan.

 

Let op: het is tegenwoordig bij wet VERPLICHT om éérst mestonderzoek te doen vóórdat een dierenarts jou een wormenkuur mag geven.

 

Dagelijks uitmesten van de weide is misschien geen leuke klus, maar wel de belangrijkste bijdrage aan een goed worm-manegement. 

 

 

Is mestonderzoek betrouwbaar?

 

De meest voorkomende wormen die makkelijk in zo’n mestonderzoek worden aangetoond zijn de kleine en grote bloedworm (deze laatste is vrijwel uitgestorven in NL gelukkig), de veulenworm en spoelworm.

Sommige stadia van de wormen, zoals ingekapselde larven, worden niet gedetecteerd – want deze scheiden geen eitjes uit. Maar in principe zijn er, wanneer er sprake is van ingekapselde larven, ook gewoon wormen in het darmlumen aanwezig, die wél eitjes uitscheiden.

Belangrijk om te weten: een ‘schoon’ mestonderzoek (<50 epg) geeft niet 100% garantie dat je paard geen wormen heeft.

mijn paard is mager

Foto credits: eigen archief

Lintworm, leverbot, de horzellarve en aarsmade

 

Een lintwormbesmetting wordt niet altijd gevonden, omdat deze niet altijd en zeer onregelmatig eitjes uitscheidt. Vermoed jij je paard van een lintworm besmetting dan kun je dat testen aan de hand van een speekseltest (Equisal).

De leverbot heeft een andere manier van testen nodig om deze te kunnen aantonen, dus als jij denkt dat je paard wel eens leverbot zou kunnen hebben, dan moet je een specifieke test laten doen.

Leverbot heeft een slakje nodig als tussengastheer. En de bekendste factoren die tot een aanwezigheid van leverbot zouden kunnen leiden zijn: aanwezigheid van water (poel of sloot) en het land is voorheen begraasd door (of grenst aan een weiland met) andere herkauwers (bv schapen).

Heeft jouw paard constant verhoogde leverwaardes in het bloed, én voldoet je terrein aan die voorwaardes, dan is het zeker verstandig om te laten testen op leverbot.

Daarnaast is de horzellarve helemaal niet aantoonbaar in het mestonderzoek, deze larven bevinden zich in de maag en scheiden geen eitjes uit. Belangrijk is dat je de gele eitjes in de zomer/het najaar op de benen van je paard altijd netjes weghaalt, zodat je de besmetting met deze horzelleitjes zo goed mogelijk verlaagd.

Als laatste de aarsmade, deze kun je ‘zien’ wanneer er een witgelige smurrie rondom de anus van je paard zit (je paard zal ook de staart veel schuren).

Als je zelf mestonderzoek doet dan kun je deze makkelijk zijn onder de microscoop, door even een plakbandtape-je erop de plakken en dan onder de microscoop te leggen (ziet er heel gaaf uit!!)

Wanneer moet je mestonderzoek doen?

Mestonderzoek wordt aangeraden in het voorjaar (maart/april), de zomer (juni/juli) en het najaar (september/oktober).

In de winter – bij lage temperaturen – heeft weinig nut, omdat wormen dan minder/geen eitjes uitscheiden. Dit betekent dus dat een ‘schoon’ mestonderzoek in de winter, een vals negatieve uitkomst kan zijn!

Heb ik resistentie wormen op mijn weide?

 

Wil je ook weten of je wormenpopulatie resistent is tegen een bepaald middel? Dan kun je de FECRT-test (Fecal Egg Count Reduction Test) doen.

Hierbij ga je als volgt te werk:

1. eerst doe je een mestonderzoek
2. heeft je paard een epg waarde waarbij je wilt ontwormen – doe dit
3. vervolgens voer je 14 dagen ná het ontwormen opnieuw een mestonderzoek uit

Als het aantal eitjes met minder dan 97% is afgenomen, betekent dit dat er al sprake is van resistentie.

Je kunt dit uitrekenen door:

 

EPG na-ontwormen / EPG voor-ontwormen  *  100%  =   ……. %

 

Je uitkomst mag maximaal 3% zijn, is dit hoger, dan heb je helaas al te maken met enige resistentie.

Ontwormen? Alleen als het echt nodig is!

 

Ontworm alleen als mestonderzoek uitwijst dat het nodig is.

En ja, misschien betekent dat dat je maar één keer per jaar ontwormt, of zelfs helemaal niet. Dit bespaart niet alleen geld, maar voorkomt ook dat je paard onnodig chemicaliën binnenkrijgt.

 

 

Mengmonsters nemen – FOUT!!!

En dan nog een veelgehoorde vraag:

“Moet ik mijn hele kudde ontwormen als één paard een hoge uitscheider is?”

Nee! Uit onderzoek blijkt dat zo’n 20% van de paarden verantwoordelijk is voor 80% van de wormbesmettingen. Dus ontworm alleen de paarden die het écht nodig hebben.

En neem zeker géén mengmonsters voor het mestonderzoek. Neem dus NIET van 5 mesthopen (paarden) één mestbal en stuur dit NIET als 1 monster weg.

Want zo loop je het risico dat de uitslag vrij laag is, omdat bv 4 van de 5 paarden een lage ei-uitscheider is en maar 1 paard een hoge ei-uitscheider. Met als gevolg dat geen enkel paard ontwormd wordt, terwijl het ene paard dit wel nodig had.

Of andersom: je krijgt een gemiddelde waarde uit omdat er 2 hoge ei-uitscheiders zijn en 3 lage, waardoor je ALLE paarden gaat ontwormen en de 3 paarden zonder besmetting dus onnodig gaat belasten met een ontwormingskuur.

 

Tot slot: 

Als paardeneigenaren hebben we de verantwoordelijkheid om slim om te gaan met wormbestrijding.

Geef niet zomaar iedere zoveel weken een wormenkuur aan je paard! Want als het straks echt een keer nodig is, werkt het middel misschien al niet meer op jouw erf!

Door routinematig mestonderzoek te doen en alleen te ontwormen als het nodig is, houden we onze paarden gezonder én zorgen we ervoor dat wormmiddelen in de toekomst nog werken.

Maar wormenbestrijding is slechts één onderdeel van een gezond paard. Voeding speelt hierin een veel grotere rol. Wil je leren hoe je de darmen van je paard optimaal ondersteunt met de juiste voeding? Zodat het darm-milieu een stuk minder interessant wordt voor deze parasieten?

Doe dan mee met dé Online Cursus Paardenvoeding en ontdek hoe je jouw paard van binnenuit gezond houdt en een flinke wormbesmetting tot het verleden zal behoren!